Advocatenkantoor Mul

zaterdag 19 mei 2012

Kosten en erelonen

De advocaat heeft het recht om zelf zijn ereloon te bepalen. Het Gerechtelijk Wetboek (art. 446 ter) verplicht de advocaat wel om het ereloon te begroten met de bescheidenheid die van het ambt moet worden verwacht. Het is de advocaat niet toegelaten om kosten, zoals deze verschuldigd voor dagvaarding, rolstelling, etc. voor te schieten en om deze te dekken wordt er een provisie gevraagd.

Erelonen

In het algemeen worden er drie berekeningswijzen gehanteerd:

  1. vergoeding per tijdseenheid, dit is een bedrag per aanrekenbaar (deel van een) uur voor verleende diensten; tenzij er een ander tarief is afgesproken, wordt door het kantoor € 150/uur in rekening gebracht. Het spreekt vanzelf dat dit bedrag naar boven of naar beneden kan herzien worden, gelet op de specificiteit van elk dossier (moeilijk/gemakkelijk; zeer dringend/niet zo dringend, etc.)

  2. vergoeding naargelang de waarde van de zaak, wat neerkomt op een percentage op een in geld bepaalbare waarde van een zaak; de in rekening gebrachte percentages zijn als volgt (met een minimum van € 500):

    van 0 € tot 9.000 € 15%
    van 9.001 € tot 50.000 €: 10%
    van 50.001 € tot 125.000 €: 8%
    van 125.001 € tot 250.000 €: 6%
    meer dan 250.000 €: 5%

    Deze berekening kan worden toegepast door de advocaat van zowel de verwerende als van de eisende partij op het bedrag dat door de cliënt gewonnen of uitgespaard werd.

    Ook hier kunnen zich uiteraard correcties opdringen

    Indien de vordering kennelijk ongegrond is of de gevorderde som kennelijk overdreven is mag de advocaat het percentage enkel toepassen op het kennelijk niet overdreven gedeelte van de vordering.

    Zo wordt het percentage ook minstens met de helft verminderd indien de vordering niet wordt betwist of wanneer het resultaat bekomen wordt vóór dagvaarding. De advocaat van de eiser herleidt het percentage met minstens de helft op het afgewezen gedeelte van de vorderingen, en de advocaat van de verweerder herleidt het percentage met minstens de helft te verminderen op het aan de eiser toegekende bedrag van de vordering.

    In geval van hoger beroep wordt het percentage verhoogd met 50 %.

  3. vergoeding naar de aard van de zaak, te weten een forfaitair bedrag per prestatie of per reeks van prestaties

    BELANGRIJKE NOTA: De partij die het geding verliest wordt veroordeeld tot betaling van een “rechtsplegingsvergoeding” die de erelonen minstens gedeeltelijk dekt. Bvb: een veroordeling in betaling van € 40.000 geeft recht op een basis rechtsplegingsvergoeding van € 2.500.

Uitgaven en onkosten

Behalve de erelonen zijn er ook nog de kosten. De kosten zijn de uitgaven die de advocaat voor rekening van de cliënt maakt. Ze worden afzonderlijk aan de cliënt aangerekend.

De specifieke uitgaven in een bepaald dossier zoals kosten van dagvaarding, rolstelling, enz. worden gewoon doorgerekend.

Overige kantoorkosten en uitgaven:
opening en registratie dossier: € 30
secretariaatskosten: € 10/eenheid (= 1 getypte pagina of een mail)
verplaatsingsvergoeding: € 0,60/Km
vertaling door het kantoor: € 0,04/aanslag

BTW

B.T.W. in de huidige stand van de wetgeving

Ereloonnotas

Behoudens voorafgaand anders bedongen, zijn ereloonnotas en/of provisieverzoeken betaalbaar binnen de 30 dagen.